Negen van de tien opstellers van de Amerikaanse Endocrine Society-richtlijn voor genderzorg hadden een intellectueel belangenconflict. Bij de richtlijn van WPATH, de wereldwijde beroepsvereniging voor transgenderzorg, gold dat voor 117 van de 121 auteurs. Dat concludeert Richard Santen, oud-voorzitter van de Endocrine Society zelf, in een nieuwe analyse.

Wat Santen precies beweert

Richard Santen was jarenlang bestuurslid en later voorzitter van de Endocrine Society, de Amerikaanse beroepsvereniging van endocrinologen. In zijn eigen woorden, geciteerd door onderzoeksjournalist Bernard Lane op Gender Clinic News op 23 september 2026: de Cass Review "had leden zonder intellectuele belangenconflicten, de Endocrine Society en WPATH niet". Santen noemt een intellectueel belangenconflict iets anders dan omkoping: het gaat om auteurs die zelf transgenderzorg verlenen of er onderzoek naar doen, en van wie de eigen reputatie, praktijk of eerdere publicaties meewegen bij het opstellen van aanbevelingen waar zij zelf middenin staan.

Zijn cijfers: van de tien auteurs van de Endocrine Society-richtlijn (2017, nog altijd de basis van de Amerikaanse praktijk) had negen zo'n conflict. Van de 121 auteurs die meewerkten aan WPATH's Standards of Care versie 8 gold dat voor 117. Bij de Cass Review, het Britse onafhankelijke onderzoek naar transgenderzorg voor minderjarigen, trof hij geen van beide vormen van belangenverstrengeling aan.

Waarom dit méér is dan een technisch detail

Een richtlijn is zo goed als de mensen die hem schrijven onafhankelijk konden oordelen. Als negen van de tien auteurs van een richtlijn zelf in de praktijk werken die de richtlijn beschrijft, ligt het voor de hand dat hun eigen ervaring en overtuiging meewegen — ook zonder kwade opzet. Santens analyse sluit aan bij wat de Cass Review zelf al concludeerde: de bestaande richtlijnen voor genderzorg aan minderjarigen zijn overwegend gebaseerd op consensus en expertmening van betrokkenen, niet op onafhankelijke, systematische beoordeling van de wetenschappelijke bewijskracht. Dat verschil in methode verklaart voor een belangrijk deel waarom de Cass Review tot voorzichtiger conclusies kwam over puberteitsremmers en hormonen dan de Endocrine Society en WPATH.

Bron versus duiding

Santens getallen zijn zijn eigen telling, gepubliceerd in een peer-reviewed artikel in Archives of Disease in Childhood (BMJ), en samengevat door Bernard Lane. Wat daarvan de conclusie is — dat dit iets zegt over de betrouwbaarheid van de aanbevelingen zelf — is een interpretatie die Santen en Lane delen, maar die niet iedereen deelt: verdedigers van de bestaande richtlijnen wijzen erop dat vakkennis nu eenmaal vaak samenvalt met werkzaam zijn in het vakgebied, en dat conflicterend belang niet automatisch een verkeerde conclusie betekent. Dat neemt niet weg dat transparantie over wie een richtlijn schreef, en met welk eigen belang, een basisvoorwaarde is om een richtlijn te kunnen beoordelen — juist omdat diezelfde richtlijnen wereldwijd worden gebruikt als onderbouwing voor medische beslissingen bij kinderen.

Ook relevant voor Nederland

Nederland heeft met de kwaliteitsstandaard voor genderdysforie een eigen richtlijn, maar die verwijst voor de medische onderbouwing van hormonale behandeling regelmatig naar diezelfde internationale bronnen: de Endocrine Society en WPATH. Als de auteurs van die bronrichtlijnen zelf grotendeels uit de praktijk komen die ze beoordelen, werkt dat door tot in de Nederlandse spreekkamer. Dat is geen reden om de zorg voor jongeren met genderdysforie in twijfel te trekken als geheel, wel om kritisch te blijven kijken naar de vraag: op basis van wiens oordeel is een aanbeveling eigenlijk tot stand gekomen?

Wat dit betekent voor ouders en scholen

Voor ouders die met dit onderwerp te maken krijgen is het goed om te weten dat "de richtlijn zegt het" niet hetzelfde is als "onafhankelijk wetenschappelijk bewijs zegt het". Ook voor scholen die zich baseren op professionele richtlijnen bij hun eigen beleid, zoals beschreven in de richtlijnen voor schoolbesturen op deze site, is het onderscheid tussen consensus van betrokkenen en onafhankelijk onderzoek relevant. Een uitgebreid dossier over hoe WPATH zelf onder vuur ligt over de wetenschappelijke onderbouwing van zijn richtlijn staat op dutchprotocol.nl.

Bronnen

Bernard Lane, "Biased brains", Gender Clinic News (Substack), gepubliceerd 23 september 2026: genderclinicnews.com/p/biased-brains.

Onderliggend onderzoek: Richard J. Santen, analyse van belangenconflicten bij richtlijnauteurs, Archives of Disease in Childhood (BMJ), preprint 18 september 2026. De directe uitgeverslink van BMJ blokkeert geautomatiseerde toegang; het onderzoek is zoals hierboven samengevat en geciteerd via Gender Clinic News.

Edward Jansen

Edward Jansen

Redactie

Veelgestelde vragen

Wat is een intellectueel belangenconflict bij een richtlijn?

Dat een auteur zelf werkzaam is in de zorg of het onderzoeksveld waarover de richtlijn adviseert, waardoor eigen eerdere standpunten, reputatie of praktijk meewegen in wat wordt aanbevolen, ook zonder dat er geld bij komt kijken.

Hoeveel opstellers van de Endocrine Society- en WPATH-richtlijnen hadden zo'n conflict?

Volgens de analyse van Richard Santen had 9 van de 10 auteurs van de Endocrine Society-richtlijn een intellectueel belangenconflict, en 117 van de 121 auteurs die aan WPATH Standards of Care 8 werkten.

Waarom wordt de Cass Review vaak als tegenvoorbeeld genoemd?

Omdat de Britse Cass Review bewust werd samengesteld met een onafhankelijk panel zonder financieel of intellectueel belang bij de uitkomst, en zich baseerde op systematische bewijssynthese in plaats van op de mening van betrokken behandelaars.