Een school mag een leerling op eigen verzoek een andere naam en andere voornaamwoorden laten gebruiken, ook als de ouders dat expliciet niet willen en daar niets van weten. Dat is, na uitputting van alle beroepsmogelijkheden, de uitkomst van de Amerikaanse rechtszaak Foote v. Ludlow School Committee. Het Hooggerechtshof besloot in april 2026 de zaak niet in behandeling te nemen, waarmee de uitspraak van het lagere hof definitief overeind blijft. Voor wie zich afvraagt hoever het recht van ouders op informatie over hun eigen kind reikt zodra genderidentiteit in het spel is, is deze zaak een harde datapunt.
Wat er op de Baird Middle School gebeurde
De ouders Stephen Foote en Marissa Silvestri hadden een dochter van elf op de Baird Middle School in Ludlow, Massachusetts. Personeel van de school begon haar op haar eigen verzoek aan te spreken met een andere naam en andere voornaamwoorden, en bood haar begeleiding aan rond haar geestelijke gezondheid. Dat deed de school zonder de ouders te informeren, terwijl die juist uitdrukkelijk hadden laten weten dat zij dit niet wilden en dat zij de eventuele psychische klachten van hun dochter zelf, samen met haar, wilden aanpakken.
Drie rechters, drie keer hetzelfde antwoord
Foote en Silvestri stapten naar de federale rechter en stelden dat de school hun grondwettelijk recht schond om de opvoeding van hun kind te sturen. De U.S. District Court wees de zaak in eerste instantie af: volgens de rechter ging het niet om een medische behandeling en dus ook niet om een schending van het grondwettelijk recht op zelfbeschikking van het gezin. Het federale hof van beroep voor het First Circuit bevestigde die uitspraak op 18 februari 2025 en oordeelde dat het schoolprotocol redelijkerwijs verband hield met een legitiem belang van de staat: een veilige en inclusieve leeromgeving. De ouders vroegen het Hooggerechtshof om de zaak alsnog te behandelen. Op 20 april 2026 werd dat verzoek afgewezen, zonder inhoudelijke motivering — de gebruikelijke gang van zaken bij een cert denied, maar met hetzelfde resultaat: de uitspraak van het First Circuit staat.
Wat dit juridisch betekent — en wat niet
Een afwijzing van het Hooggerechtshof om een zaak te behandelen is geen inhoudelijk oordeel over de zaak zelf; het hof zegt er formeel niets mee over wie er gelijk had. Maar het gevolg is voor de praktijk hetzelfde als een bevestiging: binnen het rechtsgebied van het First Circuit (Massachusetts, Maine, New Hampshire, Rhode Island en Puerto Rico) is nu vaste rechtspraak dat scholen eigen ruimte hebben om leerlingen sociaal te laten overstappen naar een andere naam en ander voornaamwoord, zonder dat ouders daar vooraf over geraadpleegd hoeven te worden. Een Judicial Notebook-analyse van de American Psychological Association noemt de zaak in september 2026 nog als voorbeeld van hoe rechters het onderscheid trekken tussen "medische behandeling" — waar ouderlijk gezag zwaarder weegt — en "dagelijkse schoolbeslissingen", waar dat gezag volgens de rechters juist niet doorslaggevend is.
De kern van het probleem: wie beoordeelt wat een kind aankan
Het onderscheid dat de rechters maken oogt netjes op papier, maar gaat voorbij aan wat er in de praktijk gebeurt: een school die een kind op een ingrijpend punt in zijn identiteitsontwikkeling volgt, terwijl de ouders — die het kind al elf jaar kennen — buitenspel staan. Zoals ook al bleek uit het schoolbeleid in Maryland dat het Amerikaanse ministerie van Justitie liet aanpassen, is "bescherming van het kind" het argument waarmee scholen ouders vaak bewust buiten de besluitvorming houden. Wie eenmaal ziet hoe dat argument in de praktijk werkt, ziet ook het probleem: het legt de vraag of een sociale transitie verstandig is, volledig bij schoolpersoneel dat het kind soms nog geen jaar kent — in plaats van bij ouders én bij zorgvuldige, onafhankelijke diagnostiek.
Niet uniek voor Massachusetts
Ludlow staat niet op zichzelf. Elders in de Verenigde Staten moest een rechter in Californië na de andersluidende uitspraak van het Hooggerechtshof in de zaak Mirabelli v. Bonta juist bepalen dat scholen mogen zwijgen tenzij een ouder er expliciet naar vraagt — zoals te lezen in ons eerdere artikel over de uitspraak in Chino Valley. Het beeld dat daaruit ontstaat is er een van een rechtspraak die van staat tot staat, en soms van hof tot hof, verschillend uitpakt, terwijl de kernvraag steeds dezelfde blijft: mag een school een ingrijpende identiteitsstap van een minderjarige begeleiden zonder de ouders daarover te informeren? Een dieperliggende, principiëlere behandeling van die vraag — los van de toevallige uitkomst per rechtszaak — is te vinden in het essay Sociale transitie op school zonder ouders op Transethiek.nl.
Bronnen
American Psychological Association, "Judicial Notebook: Balancing parental rights and school authority in supporting students' gender identity", Monitor on Psychology, september 2026. apa.org
U.S. Supreme Court, procesdossier nr. 25-77, Foote v. Ludlow School Committee — certiorari afgewezen op 20 april 2026. supremecourt.gov
U.S. Court of Appeals for the First Circuit, Foote v. Ludlow School Committee, nr. 23-1069, uitspraak van 18 februari 2025 (gearchiveerde versie, origineel via Justia niet direct bereikbaar voor geautomatiseerde controle). web.archive.org

Edward Jansen
Redactie
Veelgestelde vragen
Wat hield de zaak Foote v. Ludlow School Committee in?
Ouders in Massachusetts spanden een rechtszaak aan nadat schoolpersoneel hun elfjarige dochter op eigen verzoek een andere naam en ander voornaamwoord liet gebruiken, zonder hen daarover te informeren — terwijl zij dat uitdrukkelijk niet wilden.
Wat besliste het Amerikaanse Hooggerechtshof precies?
Het hof besloot op 20 april 2026 de zaak niet inhoudelijk te behandelen (certiorari geweigerd). Daardoor blijft de uitspraak van het First Circuit-hof van beroep van 18 februari 2025 definitief overeind: de school schond geen grondwettelijk ouderrecht.
Geldt deze uitspraak overal in de Verenigde Staten?
Nee. Bindend is de uitspraak alleen binnen het rechtsgebied van het First Circuit (Massachusetts, Maine, New Hampshire, Rhode Island en Puerto Rico). Elders, zoals in Californië, hebben rechters in vergelijkbare zaken andere afwegingen gemaakt.
